Bij LSD denken de oudere filmliefhebbers onder ons aan Easy Rider, popmuziekkenners aan Syd Barrett en Brian Wilson. Duikers zullen bij het horen van LSD eerder denken aan de Leidse Studenten Duikvereniging.
Voor ons is drie oktober LSD een trip naar Elspeet, waar op Mennorode de Landelijke Spindag wordt gehouden. Evenals op de IKnit beurs ben ik vanochtend hoffotograaf.
De dag wordt georganiseerd door een vereniging, de Landelijke Spingroep. En vandaag houden ze hun algemene ledenvergadering. Ongeveer de helft van de bijna 300 leden is vandaag aanwezig. En naar de ledenvergadering ga je niet zomaar. Je wiel gaat mee. Dat betekent ook dat je niet om vijf voor acht de vergader ruimte open gooit en om acht uur de vergadering start.
Om goed voorbereid te zijn is een deel van de deelnemers op vrijdag al aangekomen. De rest druppelt tussen negen en tien binnen en stelt zich op. Leden van de spingroep gaan namelijk niet zitten, ze stellen zich op. Want wat is een wiel zonder wol? Dus naast de 145 wielen zijn er dus ook minimaal 150 zakken, tassen en manden met wol. En de wielen zijn niet zomaar de nostalgische draaidingen die wij allen zo goed kennen uit Assepoester. Modern ontwikkelde één en twee pedalige apparaten met uitgekiende combinaties van hardhout, kunststof en metaal, waarbij hier en daar het elektrisch aangedreven model de kop al op steekt.

Om half elf grijpt de voorzitter de microfoon en kondigt de ledenvergadering aan. Alle vrouwen snellen naar hun spinnewiel (voor zover ze er nog niet zaten). Twee van de drie mannen ook. De derde is bestuur en zit dus achter de tafel.
Nu heb ik veertig jaar ervaring met ledenvergaderingen, uiteenlopend van zo’n 10 personen tot vergaderingen met een paar honderd man. Deze vergadering staat geplant voor 30 minuten. Ik ben benieuwd.
Het begin belooft niet veel. Voorstellen van het bestuur en huishoudelijke mededelingen over het dagprogramma nemen zeker tien minuten in beslag. Ook de uitleg over de afstanden die het bestuur van elkaar weg woont, wie er samen reizen en problemen met de vergaderlocatie pakken meer dan vijf minuten. De helft van de vergadertijd zit er op. En we zijn volgens mij nog niet begonnen. Dit kan nooit!
Maar dan trekt de voorzitter op. Over financiën wordt meegedeeld dat de oude en nieuwe penningmeester het eens zijn, dus dat dit in orde is. Als iemand hier al een mening over heeft valt dat niet op. Men trapt rustig door.
Het verkiezen van het bestuur gaat vrijwel even snel. Even wordt uitgelegd wie “de nieuwen” zijn, waarna blijkt hoe modern de spinwereld is. Ik prevel onder die omstandigheden “We kunnen vaststellen dat, tenzij iemand een schriftelijke stemming wenst, de nieuwe bestuursleden bij acclamatie zijn gekozen”.
Hier gaat dat anders. De formulering is “ik heb niets in de mail gevonden, dus tenzij ik iets heb gemist is dit het nieuwe bestuur”. De voorzitter haalt adem om een kort applaus mogelijk te maken, en vervolgt: ik heb ook niets voor de rondvraag gevonden, dus ik denk dat we het woord geven aan de nieuwe voorzitter. Twintig minuten en de vergadering zit er op. De voorzitter geeft met een knikje het woord aan het oudste bestuurslid, die de vergadertijd vol praat met het bedanken van hen die vertrekken. Ze krijgen een sleutelhanger, een mooie. Het spinnen wordt onderbroken voor uitbundig applaus, waarna de landelijke spingroep zich opmaakt voor het echte werk.
Het echte werk is een strak georganiseerd programma. Allereerst is er weer koffie en thee. Ik maak een praatje met de enige benaderbare man in het gezelschap. “Vroeger hield ik schapen” begint hij direct maar. Ik hoop voor hem dat hij ook breit. Zijn vest is prachtig.
Na de koffie wordt het tijd voor mijn boodschappen (ja, ik ga naar een scubashop), maar het programma gaat verder met recreatie en sport.
De recreatie bestaat uit het showen van werk, vervaardigd met eigen wol. Dekens , jasjes, shawls kortom een vereniging met een hoge productie.
Bij de wedstrijd stel ik me voor dat in een teamcompetitie wordt geprobeerd zo snel mogelijk een aantal schapen weg te spinnen, waarbij door loting wordt bepaald wel team welk schapenras onder handen neemt.
Maar ik blijk te competitief. Ook synchroon spinnen in de klassen één en twee pedalen zit er niet in. De wedstrijd bestaat uit het spinnen van een lange draad van 10 gram wol naar keuze. Er is één deelnemers. (Waarbij aangetekend moet worden dat Nederland bij het WK langste draad 1, 2 en 3 geworden is). Persoonlijk vind ik het niet juist om iets met een deelnemer een wedstrijd te noemen, maar dat is misschien haarkloverij. Onze deelnemer slaagt er net niet in om een kilometer weg te zetten met het materiaal. Maar goed, hij wint. En eerlijkheid gebied om te zeggen dat hij er ook weer wereldkampioen mee geworden zou zijn.
Tijdens de lunch worden door het bestuur proefpakketjes “vreemd materiaal” uitgedeeld. Een soort verslaafdenzorg dus. Want voor hen die onbekend zijn met de wereld van het spinnen (een getal net onder de 16 miljoen schat ik), het is een goed doorontwikkelde hobby met veel variatie.
Het hulppakket bestaat uit soja, bamboe, zijde, wensleydale en alpaca. Nelleke vindt het fantastisch en begint onmiddellijk aan, naar eigen zeggen, de ketjap (de soja dus). De meningen blijken verdeeld. Vooral deelnemers die al decennia de schaapskudde om de hoek verwerken beweren dat hier geen goed garen van te spinnen valt.
Achteraf is me gevraagd of er nu veel geitenwollen sokken rond liepen. Op dit punt even een spin-technische opmerking. Net als bij schapen zijn er nogal wat geitenrassen. Geitenwollen sokken is dus een te algemene kreeft. Neem nu de angorageit. Mits goed gesponnen geeft deze mohair, wat als een topproduct in de textiel wordt gerekend. Om het voor de gewone stervelingen onder ons dan weer onbegrijpelijk te maken kan je ook het angorakonijn spinnen, wat dan weer angora oplevert. Kortom, alles wat aan de vlucht (onderdeel spinnewiel) vast geknoopt kan worden kan door de verzamelde aanwezigen in garen worden omgezet.
Ik keer pas halverwege de middag terug van mijn boodschappen (een duikwinkel behoeft ook aandacht), op het moment dat de dag op zijn eind loopt. De foto’s lever ik in bij het bestuur net voordat het laatste onderdeel van de dag, de markt, begint. Honderdvijftig mensen storten zich op kramen waar in vuilniszakken de buitenbekleding van volledige kuddes wordt aangeboden. Daarnaast zijn er allerlei hulpmiddelen zoals konen, kammen, kaarden en andere dingen die ik al jaren door het huis zie zwerven. Daar bij mij het “ik wil ook wol” gen op mijn chromosomen ontbreekt,komt ik laat binnenlopen.



Een bestuurslid dat een bestuurlijke vertraging had opgelopen bij de gang naar de markt komt gelijk met mij binnen. Kijkend naar de kudde rond de kramen mompelt ze: Je zou denken dat er verder hierna nooit meer wol te koop zou zijn.
Nelleke koopt alleen een meetlatje. Mijn inschatting dat ze verder al veel heeft blijkt dus juist. Zelfs de boeken mogen blijven. Ik overweeg de aanschaf van Kool Aid. Niet dat ik onmiddellijk het nut er van inzie, maar het klinkt alsof ik het kan gebruiken. Als blijkt dat het limonadepoeder is waarmee ik wol kan verven zie ik er maar van af.
De dag zit er op, wij stappen in de auto, enkele aanhangers van Mahatma Ghandi achterlatend.. Onderweg zie ik nog één LSD, maar dat is weer een heel andere subcultuur. Niet die van de junks, niet die van de spinsters, maar van knutselaars met onder meer de prachtige verenigingsnaam Steeksleuteltje 9.
Voorzichtig rijden we de LSD (de Lokale Solex Dag) voorbij…..
